Wij maken u er op attent dat deze website gebruik maakt van cookies. Dit doen wij om u beter van dienst te kunnen zijn.
Wij vragen uw akkoord om dit te mogen blijven doen. Voor meer informatie kunt u onze privacy pagina bezoeken!
de eerste de tweede de derde

 Nieuws over ongedierte bestrijding:

Zie hieronder een video van een rattenbestrijding, hierin is een dode rat bij een elektriciteitskabel te zien.

Zeer gevaarlijk i.v.m. kortsluiting/brandgevaar.

 

 

 

 

 Heeft u last van voorraad aantastende in uw voorraad hal? Wij helpen u er graag vanaf met onze fogger methode.

 

 

Muizen plaag in pluimvee bedrijf



Hieronder enkele foto's van een muizenplaag in een pluimvee bedrijf, deze plaag was enorm er waren duizenden muizen, de foto's zeggen genoeg.

 

 

 

 

Mollenbestrijding

Heeft u last van mollen in uw land? wij helpen u er graag van af. Dit kan op verschillende manier wij maken onder andere gebruik van de Mauki, hierdoor vergassen wij de mollen door middel van rook in de gangen te blazen.


Zie foto en film.

   

 

 

Ratten en muizen in uw bedrijf? 

Ratten en muizen zijn voor ieder bedrijf vervelende en ongewenste  gasten. Ze ondermijnen niet alleen hygiënecodes (met alle gevolgen van dien), ze kunnen ook imagoschade veroorzaken en zorgen voor een onveilige omgeving door aantasting van gebouwen en installaties. Een zorgvuldige plaagdierbeheersing is daarom noodzakelijk. De overheid heeft regels gesteld aan het gebruik van biociden om ongewenste slachtoffers (bijvoorbeeld huisdieren en volgels) te voorkomen maar ook om resistentie te beperken. Resistente dieren zijn immers moeilijker te bestrijden.Inspecteurs van de Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) hebben in de afgelopen jaren een aantal branches bezocht, waarbij de plaagdierbeheersing en het gebruik van biociden is onderzocht. 

 

Ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) onderzoekt geregeld bedrijven waar problemen met muizen en ratten zijn.Beide inspectie diensten stellen vast dat er nog steeds veel mis gaat in de samenwerking tussen opdrachtgever (die een zogenoemd plaagdiermanagementbedrijf inhuurt) en opdrachtnemer (het plaagdiermanagementbedrijf ). Hierdoor worden verschillende wetten veelvuldig overtreden. Niet alleen door de dierplaagtechnicus, maar ook door de opdrachtgevers.

 

De wet definieert als gebruiker van biociden: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gewasbeschermingsmiddel of biocide toepast, toedient, doet toepassen of doet toedienen. Dat betekent dat ook de opdrachtgever een verantwoordelijkheid heeft voor juist gebruik en dat hij een sanctie kan verwachten als op zijn bedrijf op foutieve wijze met middelen wordt omgegaan.

 

De relatie opdrachtgever en opdrachtnemer is vrijwel altijd vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. Daarin is veelal het volgende vastgelegd:

namen van contractanten;

aantal controlebezoeken;

plaagdieren die men gaat bestrijden;

de materialen die worden ingezet;

de middelen die worden ingezet.

 

De vastgelegde controlebezoeken, materialen en middelen blijken in de praktijk de zwakke punten in het contract te zijn, omdat hier de wens van de opdrachtgever (duidelijkheid over prijs en prestatie) niet zonder meer strookt met de professionele afwegingen van de opdrachtnemer. Veel opdrachtgevers willen voor een vaste prijs, veelal de laagste, het risico op de aanwezigheid van plaagdieren afkopen.

 

Voorafgaande aan een contract kan een professionele opdrachtnemer nooit een exacte indicatie geven hoeveel controlebezoeken en welke materialen en middelen nodig zijn om een goede plaagdierbeheersing uit te voeren. Pas na een eerste inventarisatie door de opdrachtnemer kan deze bij benadering aangeven welke acties nodig zijn voor een goede plaagdierbeheersing. Bij deze inventarisatie wordt onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van plaagdieren (plaagdier druk), het soort plaagdieren, het type bedrijf en de daaraan gerelateerde te nemen weringsmaatregelen zoals bouwtechnische en hygiëne­ maatregelen in en rondom het bedrijf. Na deze inventarisatie kan de opdrachtnemer ook indicatief aangeven wat hij moet doen om de aanwezigheid van plaagdieren te beheersen. Natuurlijk moet de opdrachtgever dan wel eerst de nodige maatregelen hebben getroffen en moet de situatie beheersbaar zijn. 

 

Dit kan betekenen dat bij afwezigheid van plaagdieren kan worden aangegeven hoe vaak de opdrachtnemer een detectiecontrole uitvoert (nu vrij algemeen acht keer per jaar). Voor deze detectie wordt veelal een niet­ giftig (non­tox) lokaas of vallen/klemmen gebruikt. 

Als aanwezigheid van plaagdieren is vastgesteld moeten er bestrijdingsacties worden uitgevoerd. Uiteraard in overeenstemming met de wettelijke voorschriften. Dit betekent dat de opdrachtnemer in veel gevallen om de twee of drie dagen zal moeten controleren of er voldoende biociden in de lokaasdepots aanwezig zijn en of er voldoende lokaasdepots zijn geplaatst. 

 

Dit moet worden herhaald totdat er enige tijd geen vraat meer is. De ratten en/of muizen zijn dan effectief bestreden en de opbouw van resistentie is geminimaliseerd. Er kan nu weer worden overgegaan op detectiecontroles volgens een overeengekomen planning. 

Uiteraard kunnen er ook andere redenen aanwezig zijn waarom er geen vraat meer is. Hierover kan Opdrachtnemer u informeren. Ook van de alternatieven voor biociden is hij op de hoogte.

(bron: ministerie infrastructuur en millieu)